Booglassen met beklede elektrodeBooglassen met beklede elektrode (BMBE) wordt ook wel elektrode lassen genoemd. Het is geschikt voor het lassen van onder andere staal, RVS en gietijzer. Daarnaast is het lassen van aluminium mogelijk, waarbij dit als noodreparatie bedoeld moet zijn. Het is een proces dat door de doehetzelver en professional gebruikt worden. Voorbeelden van lasklussen die je kan doen met booglassen met beklede elektroden: hekwerk, trappen, skelters, fietsen, barbecues, aanhangwagens en nog veel meer.

 

Bij het elektrode lassen zijn werkstukken van minimaal 1,5 mm te lassen. De maximale dikte is in principe onbeperkt. Je stelt de elektrode diameter en de lasstroom af op de dikte van het werkstuk en het materiaal waaruit het werkstuk bestaat. Als de werkstukdikte groter is dan 5 mm, dan is het wel noodzakelijk om meerdere rupsen naast elkaar te leggen. Je kan de elektrode ook heen en weer bewegen (zwaaien) om een dikker materiaal te lassen.

 

Een voordeel van booglassen met beklede elektrode is dat je er ook buiten mee kan lassen, zelfs in slecht weer. De las wordt beschermd door de bekleding van de elektrode. Bij MIG of TIG lassen, bijvoorbeeld, kan het beschermgas wegwaaien. In het verleden waren elektroden lasapparaten zware machines, ook wel lastrafos genoemd. Een modern apparaat is veel lichter en compact. Deze machines worden lasinverters of wel inverter lasapparaten genoemd.

 

Hoe werkt booglassen met beklede elektrode?

Bij het booglassen met beklede elektrode zorgt het lasapparaat ervoor dat een elektrode met een werkstuk wordt samengesmolten. Er wordt daarvoor een vlamboog gemaakt tussen het uiteinde van de elektrode en het werkstuk.

 

De metalen kerndraad van de elektrode geeft de lasstroom door aan het werkstuk. En het smelt tijdens het lassen, zodat het als toevoegmateriaal dient om de lasnaad op te vullen. De bekleding van de elektrode beschermt het smeltbad tegen invloeden uit de omgevingslucht. Nadat het smeltbad is gestolt, vormt de bekleding een harde laag op de las, slak genoemd. Deze slaklaag is na het lassen eenvoudig te verwijderen met een bikhamer en staalborstel.

 

De laselektrode

Laselektroden

De laselektrode is een langwerpige, ronde, metalen staaf die voorzien is van een bekleding. De laselektrode is de geleider die de lasstroom doorgeeft op het werkstuk en daarmee de vlamboog start en in stand houdt. De kern van de laselektrode is het toevoegmateriaal voor de las. De bekleding van de elektrode verandert tijdens het lassen in een beschermend gas. Dit beschermgas zorgt ervoor dat invloeden uit de omgeving niet in het smeltbad kunnen komen. Bij het kiezen van de juiste laselektrode, zijn voornamelijk de diameter en de samenstelling ervan belangrijk. Over laselektroden is heel veel te vertellen. Daarom hebben wij over dit onderwerp een apart blog gemaakt waar wij alles over dit onderwerp op een rijtje hebben gezet.

 

Instellen van de stroomsterkte

Bij het instellen van het elektroden lasapparaat is de stroomsterkte het belangrijkste. De stroomsterkte bepaalt hoe krachtig de vlamboog is. Hoe hoger de stroom, hoe sneller de elektrode smelt. De benodigde stroomsterkte is afhankelijk van:

+ De diameter van de laselektrode: Hoe dikker de elektrode, hoe hoger de lasstroom;

+ De dikte van het werkstukmateriaal: hoe dikker het werkstuk, hoe hoger de lasstroom;

+ De vorm van de lasnaad: Hoe meer vulling de lasnaad vergt, hoe hoger de mogelijke lasstroom;

+ Warmteopname van het werkstukmateriaal: Hoe groter de warmteopname, hoe hoger de lasstroom;

+ Laspositie: Lassen onder de hand kunnen met een hogere stroomsterkte dan lassen van boven naar beneden;

+ Voortloopsnelheid: geoefende lassers gebruiken vaak een hogere voortloopsnelheid en dus een hogere lasstroom.

Er spelen dus veel factoren mee. Ben je een beginnende lasser, houdt dan de volgende vuistregel aan, waarmee je al snel in de goede richting zit: de stroomsterkte moet ongeveer 30 keer de elektrodediameter zijn.

 

Aansluiten van de plus en de min

Het volgende belangrijke aspect is het aansluiten van de plus en de min. Veel elektroden kunnen zowel op DC+ als DC- worden gelast. Je kan dit terugvinden op de verpakking van de elektroden. Als er met DC+ moet worden gelast, dan verbind je de elektrode met de plus op het lasapparaat en de werkstukklem op de min. Over het algemeen worden elektroden voor het lassen van staal verbonden met de min. Elektroden voor het lassen van RVS, gietijzer, aluminium en basische elektroden worden op de plus aangesloten. Lassen met DC+ geeft een grotere penetratie dan lassen met DC-. Als je de juiste stroomsterkte gebruikt, dan is de vlamboog makkelijk in stand te houden, zijn er weinig lasspetters en laat de slak goed los.